Het pensioenstelsel in Nederland

Het pensioenstelsel in Nederland staat bekend als een van de beste pensioenstelsels ter wereld en het is daarom interessant om eens te bekijken hoe het pensioenstelsel er precies uitziet. Hieronder vind je een beknopte beschrijving van het stelsel en uitleg over de pijlers die ons stelsel kent.

We kennen in Nederland een pensioenstelsel dat bestaat uit drie pijlers, namelijk de overheidsvoorziening AOW, de aanvullende collectieve pensioenen en de individuele verzekeringen. De hoogte van het pensioen dat iemand na zijn loopbaan ontvangt wordt bepaald aan de hand van deze pijlers.

De AOW

De eerste pijler is de Algemene Ouderdomswet of de AOW. De hoogte van de AOW is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en iemand die getrouwd is of samenwoont krijgt via de AOW 50% van het minimumloon, terwijl alleenstaanden 70% van het minimumloon krijgen. Alle Nederlanders die tussen hun 15e en 65e levensjaar in Nederland hebben gewoond hebben recht op de AOW en per jaar wordt 2% van de AOW-uitkering opgebouwd. Zowel mensen die werken als mensen die niet werken bouwen AOW-rechten op.

De AOW wordt gefinancierd met behulp van een omslagstelsel. Dit houdt in dat de huidige beroepsbevolking op dit moment de kosten voor alle gepensioneerden voor hun rekening nemen. Volgens het omslagstelsel zal de beroepsbevolking van de toekomst voor de AOW betalen wanneer zij zelf de pensioenleeftijd bereiken.

Collectieve bedrijfspensioenen

De collectieve bedrijfspensioenen wordt in Nederland in de meeste gevallen beheerd door pensioenfondsen en in andere gevallen door verzekeraars. Nederlandse bedrijven mogen volgens de wet niet zelf deze pensioenen beheren en er is dus een strikte scheiding tussen bedrijven en pensioenfondsen.

Collectieve bedrijfspensioenen worden gefinancierd volgens het principe van kapitaaldekking. Dit wil dat het pensioen wordt gefinancierd met de inleg die werknemers in het verleden hebben gemaakt en het rendement op dat bedrag. Pensioenfondsen hebben geen winstoogmerk en werknemers betalen dus niet voor de winst van pensioenfondsen.

Er zijn drie soorten pensioenfondsen in Nederland, namelijk de bedrijfstakpensioenfondsen, de ondernemingspensioenfondsen en de beroepspensioenfondsen. De beroepstakpensioenfondsen zijn het grootste en ongeveer driekwart van de Nederlandse werknemers zijn aangesloten bij een beroepstakpensioenfonds.

Individuele verzekeringsproducten

Tot slot vormen de individuele verzekeringsproducten de derde pijler. Hiervan wordt vooral gebruik gemaakt door zelfstandigen en werknemers in bedrijfstakken die geen pensioenregeling kennen. De derde pijler kan echter door iedereen worden gebruikt en het is dus ook geschikt voor mensen die na hun pensioen een extra appeltje voor de dorst willen hebben.